In de bus
De bestemming controleren, een kaartje kopen en je halte laten aanwijzen.
Een rit met de stadsbus, van de stoep tot het uitstappen. De reiziger controleert de bestemming, stapt in, betaalt, zoekt een plek en vraagt waar hij eruit moet.
Dialoog
A
The passenger
سمح لي، هاد البس يروح للسوق؟
sma7 li, had el bus yrou7 les-souk?
Pardon, gaat deze bus naar de markt?
B
The conductor
واه، يروح. اطلع.
wah, yrou7. otla3.
Ja, die gaat erheen. Stap in.
A
The passenger
بشحال التيكي؟
bch7al et‑tiki?
Hoeveel kost het kaartje?
B
The conductor
خمستلاف.
khamstalaf.
Vijfduizend (50 DA).
A
The passenger
هاك. كاين بلاصة؟
hek. kayen blasa?
Alsjeblieft. Is er een plaats?
B
The conductor
ما كاينش، تقعد واقف حتى تهبط.
ma kaynch, to93od wa9ef 7atta thabbat.
Die is er niet, je blijft staan tot je uitstapt.
A
The passenger
مازال بعيد السوق؟
mazal b3id es‑souk?
Is de markt nog ver?
B
The conductor
لا، قريب. عشر دقايق.
la, 9rib. 3achr d9aye9.
Nee, het is dichtbij. Tien minuten.
A
The passenger
وين نهبط؟
win nhabbat?
Waar stap ik uit?
B
The conductor
في اللاري الجاي. نقولك.
fi el‑lari ej‑jay. n9oulek.
Bij de volgende halte. Ik zeg het je.
A
The passenger
شكرا بزاف.
chokran bezaf.
Heel erg bedankt.
B
The conductor
بسلامة.
bslama.
Tot ziens.
Oefeningen
1
Waarmee reist hij?
2
Hoeveel kost het kaartje?
3
De conducteur zegt 'otla3' tegen je. Wat doe je?
4
Je wilt de prijs weten. Je vraagt:
5
Luister nog eens naar regel 5 van de dialoog en kies wat je hoort.
6
Je wilt bij de markt uitstappen. Je vraagt:
7
Over hoelang is hij er?